Startpagina
Overzicht Activiteiten en Lezingen
Overzicht Organisatie
Overzicht Werkgroepen
Links naar aanverwante sites

 


Op het eerste gezicht heeft Uden archeologisch weinig te bieden, maar bij nader onderzoek valt het resultaat toch mee.

  • 1922/’23: Opgraving van het Urnenveld op Slabroek.
    Achtendertig grafheuvels werden er opgegraven en de urnen en grafgiften worden tot op heden bewaard in de depots van het ‘Rijks Museum voor Oudheden’ in Leiden en het ‘Brabants Museum’ in ’s-Hertogenbosch.
  • 1965: Urn gevonden in de Bitswijk door de heer J.Raaymakers en geïdentificeerd en beschreven door G. Beex.
  • 1994: Opgraving op de bouwplaats van Theater Markant.
    Amateur-archeoloog M. Koolen uit Grave had de leiding. Hij heeft ook de als fundering voor waterputten gebruikte karrenwielen geconserveerd die bewaard worden in het Heemhuis.
  • 1999: Opgraving bij het Gemeentehuis, zie foto van de kruik uit 1584.


  • 2003: Opgraving aan de Prior van Milstraat. Achter het voormalig café Paashuis werd een viertal putten uit de 18e en 19e eeuw opgegraven. Twee waren er opgetrokken uit plaggen, de andere twee waren gemetseld. Ook werden een aantal afvalkuilen onderzocht met voorwerpen afkomstig uit het café.
  • 2004: De schat van Nistelrode in het tracé van de A50. Zie verder op deze pagina.
  • 2006: Neolithische bijl gevonden aan de Botermarkt te Uden.
  • 2009: Opgraving Uden Noord nederzetting uit de Romeinse tijd door Archol bv.
  • 2010: Opgraving op Slabroek, de vondst van de vorst(in) van de Maashorst door Archol bv.
  • 2012: Opgraving tijdens reconstructie Lieve Vrouweplein. V ondst oude kapelfundering, onderzoek door RAAP.
  • 2014: Opgraving Schepersweg, Merovingisch grafveld door Archol bv.

URNENVELD "SLABROEK"

De ‘Werkgroep Archeologie' heeft een "Reconstructieplan Urnenveld Slabroek" ontworpen en hoopt dit ambitieuze plan in de komende jaren uit te voeren in samenwerking met de "Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek" en met de grondeigenaar "Staatbosbeheer". Dit reconstructieplan ligt in het Heemhuis ter inzage.

In het begin van de 20ste eeuw lagen er op Slabroek, het heidegebied op de grens van Uden en Bernheze, nog tientallen grafheuvels. Om deze tegen plundering te beschermen en wetenschappelijk onderzoek mogelijk te maken, kocht dokter H.Wiegersma uit Deurne een stuk grond waar hij veel grafheuvels had aangetroffen. Daarna trad hij in overleg met Prof. Holwerda, directeur van het Rijksmuseum voor Oudheden te Leiden en werd tot opgraving besloten.
De leiding lag in handen van Dr. A.E. Remouchamps, archeoloog. In totaal werden op het terrein aan de Keltenweg 38 grafheuvels gevonden, variërend in doorsneden van ± 4 meter tot ± 35 meter. Het urnenveld is gedurende langere tijd in gebruik geweest, zowel in de eeuwen vóór als ná Christus. In de meeste heuveltjes stonden urnen met crematieresten van de doden.
Na een crematie werd de urn op het grafveld in een ondiepe kuil geplaatst en daarna verborgen onder een grotere of kleinere heuvel. De kleine heuvels, soms amper te zien, waren van alleen zand, de grotere van heideplaggen en afgedekt met zand uit de kringgreppels.

Naast de urnen werden ook andere grafgiften aangetroffen, zoals potjes, fragmenten van urnen, bekers en schalen en enkele fibulae. Een fibula is een mantelspeld van metaal en te vergelijken met een veiligheidsspeld om een mantel "dicht te knopen".
De urnen en andere grafvondsten worden tot op de dag van vandaag bewaard in de depots van Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden en in het Brabants Museum in ’s-Hertogenbosch.
In een vitrine van het Bezoekerscentrum op Slabroek is een urn, een bijpotje en een maquette van het opgravingveld te zien; in de bibliotheek van het Heemhuis is informatie te vinden over het urnenveld "Slabroek", bijv. een artikel uit: "Oudheidkundige mededelingen uit ’s Rijksmuseum van Oudheden te Leiden, Nieuwe reeks V2 1924".

Raadsel van de Udense Runensteen

Sinds 1974 wordt in het Streekarchief te Veghel een opmerkelijke steen bewaard met geheimzinnige inscripties erop die lijken op runentekens. Vóór die tijd lag de steen in het Jan Cunen-Museum in Oss, maar hij hoort thuis in Uden, in de Pronkkamer, in de hal van het Gemeentehuis of in het Heemhuis.
In 1932 werd deze kei opgemerkt door de heer P.J. Biemans tussen de stenen van het rotstuintje bij zijn huis op Bitswijk B124 (nu Mgr. Bosstraat 18). Deze keien waren afkomstig uit de fundamenten van de "aauw kerk" en in 1930 vrijgekomen bij een wegverlegging over het huidige Piusplein.
De heer Biemans was leraar Duits aan de Mulo, had belangstelling voor Germaanse taalverschijnselen en hield de steen tot 1943 in zijn bezit. Daarna kwam de runensteen in het Jan Cunen-Museum in Oss terecht.

Op de steen stonden drie geheimzinnige tekens, "runentekens" volgens sommige deskundigen.

                                               

Die tekens werden vertaald als "W O T" en zouden dan kunnen staan voor Wodan (Wotan), de Germaanse oppergod voor wie daar een offerplaats geweest zou kunnen zijn, of voor de naam ‘Woto’. Ook werd met taalkundige kronkelingen geprobeerd uit "WOT" de naam "UDEN" af te leiden.
Wel werd door sommigen ernstig getwijfeld aan de echtheid van de steen en vooral van de inscripties, o.a. door de heer G.J.Boekschoten uit Groningen. Deze beweerde in 1996 nog dat de steen een grapje is. Volgens hem vertonen de inscripties geen overeenkomsten met authentieke Scandinavische runentekens en zijn de inkervingen van recente datum, ingekrast met een beitel.

Uitgebreidere informatie over de Udense runensteen is te vinden bij:

OPGRAVING AAN SCHOUWSTRAAT

In de eerste drie maanden van 2002 vond er in het tracé van de A50 ter hoogte van de Schouwstraat te Uden een archeologische opgraving plaats. Deze werd uitgevoerd door ARCHOL uit Leiden met hulp van leden van de werkgroep Archeologie van de Heemkundekring Uden . De site lag op een oost-west gelegen zandrug die, met uitzondering van de oostelijke zijde, omgeven is door lager gelegen gronden.
Enkele jaren eerder was door middel van boor- en proefsleuven-onderzoek de aanwezigheid van sporen van vroege bewoning vastgesteld. Geheel in de geest van de Wet van Malta gaf Rijkswaterstaat opdracht voor een volledige opgraving. Het was immers duidelijk, dat de nog in de bodem aanwezige overblijfselen door de werkzaamheden voor de nieuwe snelweg onherroepelijk verloren zouden gaan.

De opgraving was zeer succesvol. Er werden huizen, bijgebouwen, erven, waterputten, enz. gevonden uit diverse tijdvakken. De oudste twee huisplattegronden dateerden uit de IJzertijd, ± 500 jaar voor Chr. Ook de schuurtjes, waterputten en een afvalkuil met aardewerkscherven die bij deze huizen hoorden, werden aangetroffen. De meeste blootgelegde structuren dateerden uit de vroege en volle middeleeuwen. Met name uit de vroege middeleeuwen (450 tot 900 na Chr.) zijn in deze regio nog maar weinig vondsten bekend, hetgeen het belang van deze opgraving nog eens onderstreept. Er zijn in totaal vier huizen, twee waterputten en een ˘ activiteiten zone˘ uit deze periode aangetroffen. In die activiteitenzone vond de productie en bewerking van ijzer plaats, terwijl er waarschijnlijk ook graan gemalen werd, gezien de vele fragmenten van maalstenen die er zijn gevonden.

Uit de volle middeleeuwen (900 tot 1250 na Chr.) dateren vijf huizen met daarbij nog een aantal schuren, waterputten en hooimijten. De huizen uit die tijd hebben een typerende vorm met gebogen wanden waardoor ze een ovaal, bootvormig grondplan kennen. Het grootste huis (lengte 22,5 meter, breedte 12,2 meter) is uniek door de aanwezigheid van een twee meter brede greppel die centraal door het huis liep. Over de functie ervan bestaat op dit moment nog onduidelijkheid. Er kon worden aangetoond dat de nederzetting aan het einde van de 13de eeuw werd verplaatst of beëindigd en dat het onderzochte gebied daarna als landbouwgrond werd gebruikt. Tot aan de aanleg van de A50 heeft het deze functie behouden.

Toen na het voltooien van de opgraving, begonnen werd met het grondwerk voor de nieuwe weg, hebben leden van de werkgroep Archeologie van de Heemkundekring, de werkzaamheden nauwlettend in de gaten gehouden. Dit leverde behalve veel scherven ook nog eens de vondst op van een achttal Romeinse munten en een zeldzame mantelspeld uit de 5de eeuw na Chr.

Terugkijkend kunnen we zeggen dat de vruchtbare samenwerking tussen de professionele archeologische instanties en onze werkgroep van amateur-archeologen zeker heeft bijgedragen tot dit prachtige resultaat.

Literatuur:

Schat van Nistelrode


Collectie: Hanneke van Alphen.

De vondst van het Romeinse bronsdepot bij Nistelrode in het voorjaar van 2004, is bepaald niet onopgemerkt gebleven met de uitgebreide aandacht die de media eraan besteed hebben. Opnieuw werd het beeld bevestigd, dat archeologie voor de doorsnee burger pas echt gaat leven als er zaken van grote waarde gevonden worden. Op zich is daar niets mis mee, want dit leidde er wel toe, dat de rest van de opgraving in Nistelrode met veel meer interesse gevolgd werd en dat het maatschappelijk draagvlak voor de lokale archeologie een positieve impuls kreeg. De grote belangstelling voor de open dag en voor de later gehouden lezingen onderstreepte dit nog eens. Dat we hier, terwijl de vindplaats eigenlijk net twee kilometer buiten Uden ligt, nog eens aandacht besteden aan deze unieke vondst, heeft alles te maken met het feit dat het een lid van onze 'Werkgroep Archeologie' is geweest die al dit moois heeft ontdekt. Een sensationele vondst. We gaan terug naar vrijdag 5 maart 2004. Terwijl hun collega's van een welverdiende ADV-dag genoten, waren twee archeologen van Archol BV uit Leiden bezig met het aanleggen van een nieuwe uitgravingsput in het tracé van de A50 ter hoogte van Nistelrode. Zoals inmiddels gebruikelijk bij dit door Rijkswaterstaat gefinancierde onderzoek, werden zij bijgestaan door de Udense amateur-archeoloog en lid van de 'Heemkundekring Uden', André Manders, die de metaaldetector hanteerde. De locatie waar gewerkt werd lag circa 150 meter ten noorden van de Romeinse nederzetting die in de weken daarvoor was opgegraven. Niet direct een plaats waar je logischerwijs bijzondere metaalvondsten zou verwachten. André was in alle rust in de nieuwe put aan het "piepen", toen hij opeens bij de wand een sterk signaal door zijn hoofdtelefoon te horen kreeg. Zo hard was het geluid dat hij in eerste instantie dacht een of andere kabel of een bom onder zijn schotel te hebben. Eén blik op de putwand liet echter zien dat het bodemprofiel nog geheel in tact was, zodat die mogelijkheid direct kon worden uitgesloten. Voorzichtig omlaag gravend langs de wand werd op circa 20 cm onder het net aangelegde vlak een ondersteboven liggende, groen uitgeslagen, bonzen ketel geraakt, de veroorzaker van het signaal. Nadat de zijwand van deze ketel in de putwand was vrij gelegd, werd het vlak een stukje uitgebreid rondom deze plaats. In dit nieuwe vlak tekende zich een duidelijke verkleuring af van 1 bij 1,5 meter. Enkele zwaaien met de detector over dit spoor maakten meteen duidelijk dat het niet bij één metaalvondst zou blijven. Behoedzaam werd begonnen met het gedeeltelijk verdiepen van het spoor en het duurde inderdaad niet lang voordat het volgende object zich aandiende. Deze keer in de vorm van een horizontaal liggende bronzen kan die op zijn beurt weer gevolgd werd door opnieuw een bronzen kan. Daarna kwam een geribbeld bekken van brons, toen een bord en zo ging het maar door. Met het aantal vondsten nam ook de verbijstering toe en er ontstond een opgewonden sfeer onder het handjevol ooggetuigen. Het voorzichtig blootleggen van de stukken met behulp van spatels en kwastjes nam vel tijd in beslag, temeer daar alles uiteraard ook nog moest worden ingemeten, getekend en gefotografeerd. Dit betekende stevig doorwerken, want een gedeelte laten zitten tot na het weekend was uiteraard geen optie. Zodoende kregen ook enkele vrijwilligers de kans om hun steentje bij te dragen aan deze unieke gebeurtenis. Toen tegen zessen de duisternis inviel, werd er onder het licht van inderhaast geregelde schijnwerpers verder gewerkt tot uiteindelijk alle objecten waren blootgelegd en gedocumenteerd. Het viel direct op dat de voorwerpen met zorg in de kuil waren gestopt. Alle kannen lagen in horizontale positie, terwijl de andere objecten ondersteboven in het gat waren geplaatst. Voorzichtig kon nu begonnen worden met het wegnemen van de voorwerpen. Groot was de verrassing toen bleek, dat zich onder elk ondersteboven geplaatst stuk nog meer voorwerpen bevonden. Ze lagen heel zorgvuldig ondersteboven over elkaar heen gestapeld, waardoor het regenwater erlangs kon stromen zonder er tussen te kunnen kruipen. De stukken verkeerden dan ook nog in een opmerkelijk goede staat. Enkele glommen zelfs zo dat het wel leek alsof ze pas nog gepoetst waren. Het nam nog flink wat tijd in beslag om alle stukken gelabeld en wel in de in allerijl aangerukte kratjes te verpakken, met als gevolg dat het uiteindelijk 21.30 uur was, toen het allerlaatste stuk in het Archol-busje werd geladen. Er waren in totaal 29 voorwerpen geborgen, althans, zo was de gedachte op dat moment. Later, tijdens het uitpakken en spoelen, kwamen er nog twee stukken te voorschijn die in eerste instantie niet waren gezien. De totale vondst bestond hiermee uit zeven kannen waarvan de meeste prachtig versierde handgrepen hadden, verder twee wijnzeven met de bijbehorende opvangbekkens, twee drinkschepjes, twee ketels met hengsels, twee steelpannen, drie kandelaars, drie borden en drie schalen. In één van deze schalen staat een fraaie, gegraveerde afbeelding van de god Hermes met een knots in zijn hand. Het vervolg. Alle vondsten zijn vervolgens naar een restauratiebedrijf gegaan waar ze zullen worden gereinigd, geconserveerd en daarna gerestaureerd. Als ze dan klaar zijn, gaan ze naar een specialist die ze zal onderzoeken en beschrijven. Op bronzen vaatwerk staan vaak naamstempels van de makers en in veel gevallen is bekend waar en wanneer deze werkten. De eerste indruk is dat het materiaal voor het grootste deel afkomstig is uit ateliers in Gallië. Dat het complete depot uiteindelijk in een museum thuishoort, staat buiten kijf. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant heeft de staatssecretaris verzocht de bronsschat aan de provincie toe te wijzen. Indien de staatssecretaris akkoord gaat met dit verzoek, ligt het voor de hand at de vondst een plaats zal krijgen in het Noord-Brabants Museum in "s-Hertogenbosch. De mogelijke herkomst van het depot. Dan nog wat gedachten over de herkomst van het depot. Gezien de locatie van de vondst en de zorgvuldige wijze van begraven, kunnen we er van uit gaan da het de bedoeling was de spullen later weer op te graven, zodat hier geen spraken is van een rituele depositie. Het lijdt weinig twijfel dat de voorwerpen afkomstig zijn uit een zeer nabij gelegen nederzetting. Deze nederzetting is, evenals vele andere in de regio, aan het eind van de derde eeuw verlaten. In deze periode kwamen de noordelijke grenzen van het Romeinse Rijk steeds meer onder druk te staan als gevolg van invallen door plunderende Germanen. Het is heel goed mogelijk dat het vaatwerk in die tijd is verstopt om het voor plundering te behoeden. Nader onderzoek zal hier hopelijk meer duidelijkheid over kunnen verschaffen. Noot: Afbeeldingen van alle bronzen voorwerpen uit de 'Schat van Nistelrode' zijn te bekijken op internet op de site van Archol, klik hier voor de site.

Neolithische bijl gevonden

Eindelijk was het zover, in november 2006 startte de bouw van La Bastide aan de Botermarkt in Uden. In de bouwput heeft de archeologische werkgroep 5 waterputten gevonden. In een put uit waarschijnlijk de 14e eeuw werd de neolithische bijl gevonden.
Deze put was aan één kant opgebouwd uit keien en de rest uit plaggen, onderin bevond zich een velg van een karrenwiel.
Op 23 november 2006 werd bij het verdiepen van de waterput, door Hanneke van Alphen een bijl uit de periode 3500 - 2500 voor Christus gevonden. (zie foto)

De bijl is gezien door archeologen en vanwege zijn typische afgevlakte zijkanten, geplaatst in de Vlaardingen-Cultuur-periode. De steensoort is waarschijnlijk afkomstig uit Lousberg bij Aken.


Romeinze Nederzetting
Locatie ziekenhuis Nistelrodeseweg Uden

Het gebied Uden-noord behoorde tot de oude akkergronden rond Uden.  Daar waren de hoger gelegen landbouwgronden. In dit akkergebied is het gehucht Hengstheuvel ontstaan.
Archol bv heeft de opgraving uitgevoerd en het hele gebied in kaart gebracht.
De nederzettingssporen die eenduidig van vóór de aanleg van het esdek dateren, komen voor op twee locaties: in vrijwel het hele gebied tussen Hogepad en Erphoevenweg, en in een beperkte zone ten oosten van de Erphoevenweg. Op deze laatste locatie zijn paalsporen en kuilen gevonden die wijzen op een nederzettingsterrein dat dateert in de late ijzertijd of de overgang naar de Romeinse tijd. We hebben hier dus te maken met een voorlopernederzetting van de grote vindplaats ten westen van de Erphoevenweg, dat in de loop van de 1e eeuw lijkt te ontstaan.
Het is duidelijk dat in een strook van 60-90 m langs het Hogepad er geen Romeinse sporen zijn aangetroffen en hier dus waarschijnlijk de grens van de vindplaats is bereikt.
De eerste in Uden-Noord aangetroffen huisplattegronden lijken er op te wijzen dat ook deze nederzetting tot de noordoost-Brabantse huizenbouwregio hoorde.


Huisplattegrond Romeinsetijd

Doorsnede zijwand huisplattegrond

DE VORST(IN) VAN DE MAASHORST
In 2010 heeft een opgraving plaatsgevonden op het gebied dat bekend staat om zijn grafheuvels op Slabroek. Het is uitgevoerd door de faculteit der Archeologie van de universiteit van Leiden.

Vanaf het midden bronstijd (1500 v. Chr.) tot in de Romeinse tijd is dit grafveld in gebruik geweest met als piek de periode 800 tot500 v. Chr. als urnenveld.
Het klapstuk van de opgraving in 2010 was de vondst van een uniek
inhumatiegraf uit de IJzertijd.

De grafkuil is op de exacte plaats in de Maashorst opnieuw zichtbaar gemaakt.
Het speciale aan deze vondst is dat het een begraving is. Het gebied bevat verder allemaal crematiegraven.
In het graf van de vorst(in) van de Maashorst werden onder andere spelden, haarringen, bronzen armbanden en enkelbanden gevonden.

Maashorst 14-09-11 arm rechts1(39).JPG
Armband en stukje stof

Maashorst 14-09-11 speld omslag en haarring rechts (38).JPG
Speld en haarring

Grafveld Slaboek is nu vol gerestaureerde grafheuvels.
KAPEL-VERBINDINGSTUK EN ACHTHOEKIGEKAPEL
Proefsleuf /opgraving 2012


Foto oude kapel met op de achtergrond de opgraving

Tijdens de reconstructie van het Lieve Vrouweplein  worden de funderingen van de oude kapel zichtbaar. De onderlaag bestaat uit ijzeroerklompen.

Bij de aanleg van het riool in de Kerkstraat is men door de fundering van de kapel uit 1300 na Chr. gegaan, er is dan een mooi profiel ontstaan. De opbouw van de fundering is een verrassing.
Er is gebruik gemaakt van ijzeroer klompen die in Uden meer gevonden worden vanwege de aanwezigheid van de breuk. Daarop is met stenen uit de 14e eeuw een muur gebouwd.
In het profiel in de kapel waren verkleuringen van grafkisten met daarin menselijk botmateriaal.

Er heeft in 2012 een opgraving plaatsgevonden uitgevoerd door RAAP onderzoeks- en adviesbureau voor archeologie en cultuurhistorie.
Hierbij is een deel van de fundering van de kapel met verbindingstuk en een aantal hoekpunten van de achthoekige Mariakapel blootgelegd.
De ligging van de funderingen is dicht onder het wegdek.
De inwoners van Uden hebben al die jaren door de Kerkstraat over de funderingen gereden zonder dat men het wist. De staat is daarna weer dichtgemaakt en de funderingen zijn blijven zitten.

Nawoord

Opmerking: De werkgroep "Archeologie" is ervan overtuigd, dat er door inwoners van Uden, vooral door landbouwers, in voorgaande jaren veel archeologische vondsten zijn gedaan en nog steeds bewaard worden. De werkgroep wil die artefacten niet per se bezitten, maar zou die wel graag zien, bestuderen, beschrijven en registreren (o.a. bij Archis) om zodoende het wetenschappelijk onderzoek naar het verleden van Uden en zijn bewoners te bevorderen (zie foto hieronder)

MEROVINGISCH GRAFVELD

Na een lange aanloopperiode is in 2014 een begin gemaakt met de woningbouw aan de westelijke kant van de Schepersweg.
De Merovingische periode 450-750 na Chr.
Merovingische grafvelden worden slechts sporadisch aangetroffen en de ontdekking in combinatie met nederzettingsresten is nog uitzonderlijker. Kort na een noodopgraving door de archeologische werkgroep werd naast de weg een sleuf voor de nieuwe hoofdgasleiding uitgegraven.  Hanneke van Alphen, die deze werkzaamheden begeleidde, vond hier een groot deel van een zogenaamd knikwandpotje. Dit is een type aardewerk dat kenmerkend is voor de Vroege Middeleeuwen. Toen vervolgens ook nog eens een fragment van een zwaard tevoorschijn kwam, realiseerden we ons dat hier wel eens iets heel bijzonders aan de hand zou kunnen zijn. Dergelijke objecten komen normaliter alleen in zogenaamde Merovingische grafvelden voor.
De vondsten aan de Schepersweg trokken dan ook meteen de aandacht van de professionele archeologie en erkende ook de gemeente het belang ervan. In feite zou je ook kunnen zeggen dat hier de oorsprong ligt van het huidige Uden want het lijkt erop dat er vanaf die tijd altijd mensen binnen het grondgebied geleefd hebben.
Het gedeelte van het opgravingsteam dat zich bezig hield met het onderzoek van het grafveld heeft in totaal 25 lijkbegravingen en twee crematie graven kunnen onderzoeken. Ieder graf werd met de troffel millimeter voor millimeter verdiept waarna het verwijderde zand voor de zekerheid ook nog eens gezeefd werd. Fragiele voorwerpen werden samen met het zand eromheen, in een kistje of container geschept. In enkele gevallen werden de objecten eerst omwikkeld met gipsverband om te voorkomen dat ze tijdens het lichten uit elkaar zouden vallen. Twee van de graven bleken zo complex en kwetsbaar te zijn dat men besloot ze in hun geheel in te kisten zodat ze later onder gunstiger omstandigheden onderzocht kunnen worden. Een compleet overzicht van alle vondsten is er nu dan ook nog niet al is wel duidelijk dat er sprake is van een rijk grafveld gezien de vele fraaie en vaak waardevolle voorwerpen die aan de doden zijn meegegeven.
Zelden is in Brabant een Merovingisch grafveld op zo’n zorgvuldige manier opgegraven en het is te verwachten dat het uitwerken van de gegevens door de Faculteit der Archeologie van de Universiteit van Leiden veel nieuwe informatie op zal leveren. Aangezien de restauratie een tijdrovende klus is, zullen we tegen die tijd wel weer een paar jaar verder zijn.
Wanneer alle gegevens beschikbaar zijn zal deze site geüpdate worden.

Knikwandpotje

Zwaard

Terug naar begin

Copyright 2004, Heemkunde Kring Uden
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met secretaris@heemkundekringuden.nl